

Stichting “Behoud Spakenburger Botters”
De botter BU 65 heeft vanaf 2007 Spakenburg als thuishaven. De geschiedenis van de BU 65 is onlosmakelijk verbonden met de zeilvisserij op de voormalige Zuiderzee. Behoud van de botter voor Spakenburg is dé doelstelling van dit project. De eerste fase van het project is het verwerven van de BU 65 en onderbrengen in een (beheer)stichting.
Context
In de hoogtijdagen van de visserij op de Zuiderzee, zo rond 1900, was een vloot van vele honderden botters actief. In deze periode was de spakenburgse vloot ongeveer 200 botters groot. Nu zijn er in Nederland nog ca. 60 botters in gebruik. Spakenburg heeft er daar 25 van in de haven liggen. De unieke combinatie van scheepswerf, botters en museumhaven maken het plaatje compleet, maar is ook kwetsbaar.
Omdat een botter in particulier bezit onbetaalbaar wordt vanwege de hoge onderhoudskosten kiezen eigenaren steeds vaker voor verkoop. Ook het onderbrengen van een botter in een stichtingsvorm komt vaak voor. Het onderbrengen van de BU 65 in een stichting is de keuze die hier wordt gemaakt en is uitgewerkt.
Achtergrond
De eikenhouten botter BU 65, bouwjaar 1911 (nu 107 jaar), heeft sinds 1911 vanuit diverse havens rondom de zuiderzee gevist en ligt sinds 2007 in de haven van Spakenburg. Sinds 1967 is deze botter een varend monument.
De BU 65 is zowel qua uiterlijk als qua snelheid een bijzonder schip. Het is het snelste schip van de Bruine Vloot van Spakenburg. De huidige eigenaar heeft aangegeven dat de botter te koop is. Een aantal bemanningsleden en een tweetal financiers heeft het initiatief genomen om de botter te kopen. Hierdoor blijft de botter in Spakenburg en beschikbaar voor culturele activiteiten, waarmee een uniek stukje Zuiderzee geschiedenis behouden blijft.
Dit schip is sinds 1967 een varend monument, is onlosmakelijk verbonden aan de geschiedenis van de Zuiderzeevisserij en ligt sinds 2007 in de museumhaven van Spakenburg. De BU 65 is als varend monument ingeschreven bij de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen onder nummer 1697.